Archeologische vraagbaak

Heeft u een vraag over archeologie in Nederland dan vindt u op deze pagina de antwoorden op de meest gestelde vragen.

Wat is archeologie?

Archeologie is het op een wetenschappelijk verantwoorde wijze bestuderen van overblijfselen van oude culturen om zodoende het verleden te kunnen reconstrueren. Dergelijke archeologische overblijfselen in de Nederlandse bodem wordt ook wel het bodemarchief genoemd.

Waarom archeologie?

Het bestuderen van de overblijfselen binnen het Nederlandse bodemarchief vergroot het historisch besef en de beleving van bewoners en gebruikers over hun woon- en werkomgeving. Het aantreffen en inpassen van dergelijke archeologische waarden binnen een plangebied verleent en verhoogd hiernaast de cultuurhistorische waarde en identiteit van dit gebied. Hiernaast voegt een dergelijke waarde ook kwaliteit toe aan de bestaande openbare ruimte.


Wat is de bevoegde overheid en wat is de rol van de bevoegde overheid?

De bevoegde overheid is de overheid die in de betreffende procedure verantwoordelijk is voor de besluitvorming. Bij archeologisch onderzoek is de gemeente vrijwel altijd de bevoegde overheid. De meest voorkomende uitzonderingen zijn:

Ontgrondingvergunningen. Hierbij is de provincie de bevoegde overheid

Wettelijke beschermde archeologische monumenten. Hierbij is de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) de bevoegde overheid

 Ben ik verplicht om archeologisch onderzoek te laten uitvoeren?

Het Nederlandse bodemarchief is via de – Wet op de Archeologische Monumentenzorg – beschermd.
In deze wet is vast gelegd dat archeologisch waardevolle resten in de bodem moeten worden behouden (in situ). Als het bodemarchief door toekomstige graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm verstoord zal worden, is archeologisch onderzoek volgens de – Wet op de Archeologische Monumentenzorg – verplicht. Bij gemeenten geldt hiervoor een vrijstelling van een bepaald aantal vierkante meters waar binnen geen archeologisch onderzoek nodig is. Vraag dit na bij de betreffende gemeente. Indien dit wel noodzakelijk is, zal het bodemarchief archeologisch onderzocht moeten worden om zodoende de waarde hiervan te kunnen vast stellen.

Wat is de belangrijkste wetgeving op het gebied van archeologie?

Belangrijk om te weten is dat Nederland in 1992 het Verdrag van Malta ondertekende. De invoering van dit verdrag in de Nederlandse wetgeving is met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg per 1 september 2007 een feit. Door deze wet is een aantal bestaande wetten gewijzigd, waarvan de belangrijkste de Monumentenwet 1988 is. In het Besluit archeologische monumentenzorg staan regels voor de uitvoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg.

Op welk moment wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd?

Archeologisch onderzoek vindt plaats voorafgaand aan grond verstorende werkzaamheden. Met tijd en kosten moet u in de bouwplanning rekening houden.

 Is cultuurhistorie een verplicht onderdeel van ruimtelijke plannen?

Ja, met de wijziging van het Besluit Ruimtelijke Ordening per 1 januari 2012 dienen alle cultuurhistorische waarden – dus niet alleen archeologische – in ruimtelijke plannen meegewogen te worden. Deze maatregel is een gevolg van de modernisering van de monumentenzorg, geïnitieerd door het Ministerie van OCW. Vooral voor gemeenten heeft dit gevolgen, want zij dienen zo vroeg mogelijk in de planvorming rekening te houden met alle cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied.

Mag ik mijn weilanden of bouwlanden egaliseren?

Dat hangt af van de archeologische (verwachtings)waarde van uw grond. Wanneer kans is op belangrijke archeologische resten mag dat in principe niet.

 Wat gebeurt er als ik geen verplicht archeologisch onderzoek laat uitvoeren?

Als er door de bevoegde overheid een archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht maar nog niet heeft plaats gevonden, mag niet gestart worden met de werkzaamheden. Wie zonder vergunning toch start met bodemverstorende activiteiten is strafbaar op grond van de – Wet op de Archeologische Monumentenwet -. De bevoegde overheid kan hierdoor het werk stil laten leggen.

Wanneer moet ik archeologisch onderzoek laten uitvoeren?

Bij het aanvragen van een vergunning voor bouw-, sloop-, aanleg- of andere bodemverstorende werkzaamheden, kan de bevoegde overheid een archeologisch (voor)onderzoek verplicht stellen.
De Monumentenwet maakt hierin geen onderscheid tussen bedrijven en particulieren. Wel is hierin een bepaling opgenomen waarbij wordt gesteld dat bij een bodemverstoring van minder dan 100 m² geen archeologisch onderzoek nodig is. Hierop kan binnen de gemeente een uitzondering worden gemaakt, als men een eigen Archeologische Beleidsadvieskaart heeft. Informeer daarom altijd bij de betreffende gemeente of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Wat is de gemeentelijke Archeologische Beleidsadvieskaart?

Deze kaart toont de kans aan op het aantreffen van archeologische resten bij werkzaamheden in de bodem. Die trefkans is aangegeven in waarden- en verwachtingensgebieden. Hierop is te zien welke gebieden binnen de gemeente archeologisch belangrijk zijn. Er gelden – afhankelijk van het betreffende waarde- of verwachtingsgebied – verschillende beleidsregels (ondergrenzen qua diepte en oppervlakte) voor archeologisch onderzoek.

Mijn huis of weiland ligt in een een archeologisch waardevol (verwachtings)gebied. Wat betekent dat voor mij?

Een archeologisch waardevol (verwachtings)gebied of monument mag in principe niet verstoord worden. Normaal agrarisch gebruik (beweiden, ploegen) is echter wel toegestaan mits het niet dieper dan 30 cm gaat. Zolang er geen plannen zijn voor bouwactiviteiten of andere bodemverstorende werkzaamheden kunt u de grond gewoon als weiland gebruiken. Wanneer er wel plannen zijn, dient er vergunning aangevraagd te worden, waarbij archeologisch onderzoek verplicht kan worden gesteld. Deze onderzoeksverplichting geldt overigens vanaf een bepaald omvang (oppervlakte en diepte van de verstoring). In het bestemmingsplan dat voor uw wijk geldt wordt beschreven in welke gevallen u onderzoek moet laten doen. Laat uw plannen in een vroeg stadium door de gemeente toetsen. Dit hoeft overigens niet altijd tot een opgraving te leiden. In het algemeen geldt dat hoe minder er verstoord gaat worden, hoe makkelijker deze vergunning afgegeven zal worden. Het loont dus de moeite om te zoeken naar een wijze van bouwen die de grond zo min mogelijk verstoort. Bij het afgeven van de vergunning kunnen wel voorwaarden worden gesteld, zoals het uitvoeren van archeologisch onderzoek in de delen die toch verstoord gaan worden.

Wat is de IKAW?

De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) geeft voor heel Nederland, inclusief de bodems van grote wateren en de Noordzee, de kans aan op het aantreffen van archeologische resten bij werkzaamheden in de bodem. Die trefkans is aangegeven in de categorieën: hoge, middelhoge en lage trefkans. Bij het gebruik is het wel belangrijk zich te realiseren dat in gebieden waar de trefkans, dus de kwantiteit, laag is wel degelijk (heel) belangrijke resten kunnen voorkomen. Dus bij werkzaamheden op een groot gebied is de kans groot dat er archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.

 Wat is het verschil tussen een archeologische vindplaats en een (beschermd) archeologisch monument?

Een archeologische vindplaats betreft een (topografische) plaats, uitgedrukt in een X- en Y-coördinaat, waar archeologisch materiaal in een beperkte ruimtelijke verspreiding is gevonden. De archeologische vindplaats wordt gewaardeerd op basis van kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde, en kan dan de status van een archeologisch monument krijgen.

Archeologische vindplaatsen zijn in het archeologische informatiesysteem ARCHIS2 vastgelegd als waarnemingen met een waarnemingsnummer. In de beschrijving van de waarneming wordt vermeld wat de ligging en de aard van een vindplaats is (bijvoorbeeld nederzetting of grafveld); welke vondsten en grondsporen zijn aangetroffen en wat de datering van de vindplaats is.
In samenwerking met de provincies en gemeentelijk archeologen is de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) ontwikkeld. Deze kaart bevat een overzicht van archeologische terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op de criteria kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde. Op grond van deze criteria zijn de terreinen ingedeeld in terreinen met archeologische waarde, hoge archeologische waarde en zeer hoge archeologische waarde. In deze laatste categorie vallen ook de wettelijk beschermde monumenten. De wettelijk beschermde archeologische monumenten worden bewaakt door het Rijk. Bij terreinen die archeologische rijksmonument zijn, moet voor werkzaamheden en activiteiten die bodemverstoringen tot gevolg kunnen hebben een monumentenvergunning worden verleend door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voor de aanvraagformulieren en de aanvraag moet u bij de gemeente zijn.

 Moet ik het archeologisch onderzoek voor mijn vergunning zelf betalen?

Ja. De Wet op de archeologische monumentenzorg gaat uit van het principe ‘de verstoorder betaalt’. Dit betekent dat degene die de grond wil verstoren (de initiatiefnemer van een bepaald project) de kosten voor archeologisch onderzoek moet dragen. Overigens is een opgraving niet altijd noodzakelijk. Als uit onderzoek blijkt dat de grond waardevolle resten bevat, verdient het de voorkeur de bouwplannen zo aan te passen dat het bodemarchief (de grond met waardevolle resten) gespaard blijft. Een tweede principe van de wet is namelijk dat er zoveel mogelijk in de grond behouden moet worden.

Kan ik subsidie krijgen voor een archeologisch onderzoek?

Nee, in principe niet. Omdat de wet op de archeologische monumentenzorg uitgaat van het principe: ‘de verstoorder betaalt’ is er geen subsidie mogelijk. Bij zeer bijzondere vondsten die hoge kosten met zich meebrengen is het raadzaam om contact op de nemen met de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Gemeenten en provincies kunnen, tenminste 13 weken voor het onderzoek, subsidie aanvragen Bij de Rijksdienst voor Cultureelerfgoed (RCE) voor opgravingen als de kosten van het onderzoek excessief hoog zijn. Voor de overige vormen van archeologisch onderzoek geldt deze regeling niet. De voorwaarden voor subsidie zijn:

De kosten zijn onevenredig hoog in verhouding tot de eigen bijdrage

De kosten zijn in verhouding met het aantal inwoners van de gemeente of provincie

De initiatiefnemer van de opgravingen levert voldoende financiële bijdrage

De opgraving dient een cultuurhistorisch doel

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van de RCE www.cultureelerfgoed.nl.

 Gaat archeologisch onderzoek ten koste van de te ontwikkelen projecten?

Indien archeologie in een zeer vroeg stadium wordt meegenomen in de planontwikkeling hoeft het niet ten koste te gaan van de te ontwikkelen plannen. Er wordt nu immers ruimte ingepland voor archeologisch onderzoek waardoor onverwachte tegenvallers tot een minimum beperkt kunnen worden. Daarnaast kunnen bijzondere resultaten in het plan meegenomen worden waardoor een grote meerwaarde wordt bereikt.

 Wat moet ik doen als binnen het plangebied archeologische resten zijn aangetroffen?
Als er binnen het plangebied een archeologisch (voor)onderzoek heeft plaats gevonden en de resultaten hiervan bekend zijn, zal de bevoegde overheid (gemeenten) hierover een selectie besluit moeten nemen. In dit selectie besluit wordt door de bevoegde overheid bepaald of een archeologisch vervolg onderzoek noodzakelijk is.

Als in een vroeg staduim binnen een project bij een archeologisch (voor)onderzoek blijkt dat er zich archeologische resten bevinden binnen het plangebied, kan er nog rekening mee worden gehouden. Op deze wijze kunnen de archeologische resten eventueel worden ingepast, of kunnen de bouwplannen hierop worden aangepast zonder oponthoud voor de verdere werkzaamheden.

Wie kan er voor mij archeologisch (voor)onderzoek uitvoeren?

Er zijn verschillende bedrijven met een opgravingsvergunning actief. Archeologisch onderzoek in het kader van de ruimtelijke ordening is in Nederland een vrije markt mits het bedrijf een opgravingsvergunning heeft. Alle leden van de NVAO zijn in het bezit van zo’n opgravingsvergunning.

 Waar bestaat een archeologisch onderzoek uit?

Een archeologisch onderzoek kan uit verschillende stappen bestaan (link stappenplan).
Allereerst zal een bureauonderzoek plaatsvinden om te kunnen bepalen of zich binnen het plangebied cultuurhistorische resten (kunnen) bevinden. Vaak gebeurt een dergelijk onderzoek in combinatie met een inventariserend onderzoek door middel van boringen. Op basis van dit onderzoek wordt een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld en wordt een advies gegeven over eventueel vervolgonderzoek. Aan de hand hiervan neemt het bevoegd gezag (gemeente) een besluit tot een eventueel archeologisch vervolg onderzoek.

Voordat een archeologisch vervolgonderzoek kan plaats vinden, dient eerst een goedgekeurd PvE geschreven te worden. Aan de hand van de eisen verwoordt in het PvE dient het vervolgonderzoek te worden uitgevoerd.

Dit vervolgonderzoek kan bestaan uit een archeologische begeleiding, een proefsleufonderzoek of een opgraving.

Als blijkt dat tijdens een begeleiding meer, of onverwachte hoge archeologische waarden, binnen het plangebied aanwezig zijn, kan tijdens het veldwerk door het bevoegd worden besloten tot een opgraving. Meestal zijn de eisen voor een dergelijke doorstart al vastgelegd in het PvE, zodat het veldwerk geen vertraging hoeft op te lopen.

Een proefsleufonderzoek is bedoeld om vast te stellen waar de cultuurhistorische waarden zich binnen het plangebied bevinden en wat de waarde hiervan is. Aan de hand van de resultaten van een dergelijk proefsleufonderzoek neemt de bevoegde overheid wederom een selectiebesluit. Meestal wordt besloten om de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied, als deze niet in de bodem bewaard kunnen worden (in situ), middels een opgraving vast te leggen (ex situ).

Tussen een proefsleufonderzoek en een opgraving is wederom een PvE nodig waarin de eisen worden vastgesteld waaraan het vervolgonderzoek dient te voldoen.

Hoe lang duurt archeologisch onderzoek?

Het is niet mogelijk om in het algemeen aan te geven hoe lang een archeologisch onderzoek of het gehele onderzoekstraject duurt. Dit is naast de oppervlakte van het terrein namelijk van veel meer factoren afhankelijk zoals bijvoorbeeld:

Het aantal archeologische niveaus. Wanneer er meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn, moet op elk niveau een vlak worden aangelegd. Elk vlak betekent extra vierkante meters onderzoek en dus extra tijd.

De aard en hoeveelheid van de archeologische resten. De aard van de archeologische resten kan de duur van een onderzoek sterk bepalen. In een binnenstad kunnen bijvoorbeeld aanzienlijk minder vierkante meters per dag worden onderzocht dan in het buitengebied. Dit komt door muurwerk, grote hoeveelheden vondsten en sporen en logistieke omstandigheden (weinig ruimte voor materieel en uitgegraven grond). Een ander voorbeeld is het onderzoek van vindplaatsen uit de steentijd. Steentijdvindplaatsen moeten vaak geheel of gedeeltelijk worden uitgezeefd wat zeer tijdrovend is.

De grondsoort en de waterstand. In het buitengebied zijn naast de hoeveelheid te verwachten sporen ook de grondsoort en waterstand medebepalend voor het aantal vierkante meters dat per dag kan worden aangelegd. Onderzoeken op zand gaan aanmerkelijk sneller dan onderzoeken op klei of löss en in gebieden met een hoge grondwaterstand moet met vertragingen rekening worden gehouden.

Specialistisch onderzoek bij de uitwerking. Met name bij opgravingen moet regelmatig specialistisch onderzoek door derden worden uitgevoerd. Dit zorgt er soms voor dat de uitwerking langer duurt. De resultaten van de specialist zijn namelijk nodig voordat met de rest van de uitwerking kan worden begonnen.

 Wat zijn de kosten voor archeologisch onderzoek?

Net als de duur van een archeologisch onderzoek is ook de prijs niet op voorhand te geven. Archeologisch onderzoek is maatwerk en kent geen standaardprijzen. Bij het maken van een offerte moet, naast de oppervlakte, met dezelfde factoren rekening worden gehouden als bij de duur van een archeologisch onderzoek (zie hier boven).

Wat is het verschil tussen archeologische proefsleuven en een opgraving?

Met een archeologische proefsleuf wordt bepaald welke archeologisch resten er precies zitten, en hoe intact deze gebleven zijn. Een proefsleuf is altijd een beperkt onderzoek en geeft inzicht in de archeologische waarde van een gebied. Bij een archeologische opgraving worden alle vondsten en sporen gedocumenteerd, waardoor de grond ‘leeg’ achterblijft, en de archeologische plek dus eigenlijk volledig is opgeruimd.

 Wat wordt er bij een archeologische opgraving precies gedaan?

Bij een opgraving wordt de bodem ‘gelezen’. Daarbij worden alle vondsten en sporen systematisch ingemeten en getekend. Meestal worden er meerdere vlakken aangelegd, en de grond laagsgewijs verwijderd. De zijwanden aan de randen van de put worden ook getekend, zodat ook dwarsdoorsneden verkregen worden. De aangetroffen vondsten worden vervolgens verzameld, gesorteerd, schoongemaakt, beschreven en zo mogelijk gedateerd. Van het veldwerk verschijnt vervolgens een basisrapportage, die voor iedereen openbaar is.

 Gelden er kwaliteitseisen voor archeologisch onderzoek?

In Nederland bestaat de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie (KNA). De KNA bevat specificaties voor de uitvoering van het onderzoek en beschrijft aan welke kwalificaties de onderzoeker moet voldoen. Alle commerciële archeologische onderzoeksbedrijven zijn verplicht zich aan de KNA te houden. De Erfgoedinspectie houdt er toezicht op. De KNA is te downloaden van de website van de SIKB (www.sikb.nl), de organisatie die deze norm beheert. De NvAO leden werken conform de KNA.

 Mag ik zelf in een archeologisch waardevol (verwachtings)gebied opgraven?

Nee. Het graven naar oudheden is wettelijk verboden (Monumentenwet 1988), tenzij men in het bezit is van een opgravingsvergunning. Alle leden van de NVAO zijn in het bezit van zo’n opgravingsvergunning.

Mag ik met een metaaldetector op zoek gaan naar oudheidkundige voorwerpen en deze opgraven?

Volgens de Monumentenwet 1988 is het verboden om (met een metaaldetector) te zoeken naar archeologische resten of oudheidkundige voorwerpen en deze op te graven, tenzij u in het bezit bent van een opgravingsvergunning. In archeologisch waardevolle gebieden, archeologische monumenten en tijdens archeologische opgravingen is het verboden en wordt hier ook op gehandhaafd. Op andere plaatsen wordt het zoeken met een metaaldetector gedoogd wanneer men ondieper zoekt dan de bouwvoor (bovenste 30 cm). Er geldt wel een algemene meldingsplicht (art. 53 van de Monumentenwet) wanneer er zaken van belang gevonden worden.

 Waar kan ik een vondst melden?

In de Monumentenwet is een meldingsplicht opgenomen. Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456), de gemeente of de Provincie waarin het is aangetroffen.

Wie is de eigenaar bij opgravingen of incidentele vondsten en moeten vondsten gemeld worden?

Vindt u iets op een opgraving dan horen de vondsten bij de opgraving. Vindt u iets op uw eigen grond dan bent u vinder en eigenaar (recht op 100% van de waarde; vindt u iets op het terrein van een ander (met toestemming) dan bent u vinder (recht op 50% van de waarde). Vondsten gedaan tijdens een opgraving door een vergunninghoudende gemeente of bedrijf, worden uiteindelijk overgedragen aan een gemeentelijk of provinciaal depot. De verstoorder heeft geen recht op een vergoeding voor de vondsten. Het depot bepaalt dan ook welke vondsten moeten worden bewaard en eventueel geconserveerd en welke mogen worden verwijderd. De opdrachtgever, het opgravende bedrijf en ook de bevoegde overheid hebben hier geen invloed op. Enkele gemeenten hebben het recht gekregen op een eigen depot en hebben de rol van de provincie overgenomen. Zeer bijzondere archeologische vondsten worden ondergebracht bij musea.

Wanneer is het volledige archeologische traject afgelegd?

Ervan uitgaande dat er zich na een volledig uitgevoerd archeologisch traject in het veld geen, of in situ behouden, cultuurhistorische waarden in het plangebied bevinden zal in de meeste gevallen geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. De bevoegde overheid zal hierover nog een definitief selectiebesluit moeten nemen.